
Reliekkruis
Op 14 maart 1726 kreeg de kerk van Haringe een relikwie van het Heilig kruis. De reliek kwam van de Dominikanen van Sint-Winoksbergen, de geboortestad van de pastoor Cool, die van 1706 tot 1743 pastoor was in Haringe. Hij liet de Ieperse edelsmid Philip Josephus De Coene een kruis maken dat voor het grootste deel met zilver beslagen werd. Het kruis met de relikwie werd tijdens processies meegedragen en elke tweede zondag van de maand was er ook in de kerk uitstalling met aanbidding. Op 30 december 1729 vaardigde paus Bendictus XIII, zelf een Dominikaan, een 'breve' (pauselijke akte) uit waarbij een volle aflaat werd verleend aan alle gelovigen die in de kerk van Haringe de relikwie op het feest van de Kruisvinding (14 september) kwamen vereren. Op die dag werd het kruis met de relikwie in een speciale nis in het Kruisaltaar uitgestald. Het kruis paste in een voetstuk, maar dat is verdwenen.
In 1771 kreeg de kerk een groter en rijker versierd crucifix voor de kruisreliek. De Ieperse bisschop Josephus Hubertus de Wavrans brak tijdens een grote plechtigheid toen de bestaande kruisreliek in twee delen, en zo kreeg elk kruis een stuk van de relikwie van het Heilig Kruis.

