Terug naar hoofdinhoud
Object
Datering
Materiaal
Maker
Afmetingen

Doopkapel

De buitenmuren van de kerk zijn bedekt met een houten lambrisering. Dat gebeurde waarschijnlijk in de periode waarin het orgel geplaatst werd (1750 – 1780). Opvallend daarbij zijn de kunstig uitgewerkte afsluitdeuren (1781) van de doopkapel. Ze werden waarschijnlijk gesneden door Jan Elshocht (Sint-Winoksbergen), die ook het snijwerk van de orgelbalustrade uitwerkte. De doopvont zelf dateert van 1792 en is van marmer en zink.

Boven de deuren van de doopvont staat een eeuwenoude eikenhouten beeldengroep (1601 – 1700), die het doopsel van Jezus door Johannes de Doper voorstelt. 

De meest opvallende grafsteen in de doopkapel is die van pastoor Petrus Asaert. Hij werd in 1748 in Haringe geboren, en in 1797 werd hij parochiepriester in zijn geboortedorp. Omdat hij in 1798 bij de Franse bezetting weigerde de eed van trouw te zweren aan de Franse republiek, werd hij opgepakt en samen met heel wat andere dissidente priesters uit de regio verbannen naar de Franse kolonie Guyana verbannen. Daar stierf hij in ellendige omstandigheden op 20 november 1798.

De gedenksteen met de namen  van de 'bekende pastoors van Haringhe' toont ook een merkwaardige invulling. Onder de naam van Aug. Joes. Ryckewaert (1803 - 1808) staat 'De parochie Haringhe afgeschaft in 1808 - wordt hersteld in 1835'. De tekst verwijst naar de historische onenigheid tussen Roesbrugge en Haringe. Tot 1808 was de Sint-Martinuskerk van Haringe de parochiekerk van zowel Roesbrugge (vroeger ook benoemd als Haringe-dorp) en Haringe. In Roesbrugge stond toen wel een kapel waar een kapelaan voorging in de erediensten.  Die kapel werd in 1793 door de Franse Sansculotten geplunderd en in brand gestoken. Op de plaats van de kapel bouwden de Roesbruggenaars een kerk, en in  1808 besliste de bisschop van Gent na heel wat lobbywerk van de gegoede burgerij van Roesbrugge dat hun kerk de hoofdkerk van de Sint-Martinusparochie werd. Dat leidde tot een hoogoplopende ruzie tussen de twee dorpskernen, en het duurde tot 1935 voor de Haringenaars de rechten voor hun eigen kerk terugkregen. De rivaliteit tussen de beide dorpen bleef ook in de decennia daarna aanslepen en blijft nog af en toe nazinderen. 



Auteur