| DE
FAMILIE VAN PETEGHEM
Het
orgel werd gebouwd door Pieter en Lambert-Benoit Van
Peteghem. Pieter Van Peteghem werd geboren te Wetteren
op 24 januari 1708 als zoon van een brouwer. Meer dan
één toekomstig orgelmaker deed de interesse voor het vak
op toen in zijn parochiekerk werken aan het orgel
plaatsvonden : zo ook in Wetteren waar de Antwerpenaar
G. Davit bij de Van Peteghems logeerde en Pieter de
eerste beginselen van de orgelbouwkunde bijbracht. Na
een verdere bekwamingsperiode bij de illustere
Jean-Baptiste Forceville te Antwerpen en Brussel,
vestigde Pieter Van Peteghem zich zelfstandig in Gent,
omstreeks 1733. Vanaf 1740 ongeveer begon hij aan een
merkwaardige reeks scheppingen in Vlaanderen. Naarmate
zijn atelier uitbreiding nam, en ook zijn zonen mee
begonnen werken, werd het werkterrein uitgebreid tot het
huidige FransVlaanderen, Zeeuws-Vlaanderen en het
toenmalige Brabant.
De oudste zoon, Aegidius-Franciscus Van Peteghem,
geboren te Gent op 27 maart 1737 en er gestorven op 5
maart 1797, bleek zeer ambulant en reef bestellingen
binnen voor het Gentse atelier tot diep in Brabant en
NoordBrabant, thans Nederland.
De tweede zoon, Lambert-Benoit Van Peteghem, eveneens
geboren te Gent op 5 maart 1742 en er gestorven op 5
september 1807, stond van jongsaf aan de werktafel. In
1776 was Pieter Van Peteghem te oud geworden om nog vaak
op het terrein te gaan werken, en associeerde hij zich
contractueel met zijn zoon Lambert-Benoit. Van toen af
zijn veel bouwcontracten ondertekend met "L.B. Van
Peteghem et Père". Pieter bleef immers actief in het
atelier tot aan zijn plotse dood op 4 juni 1787. Het is
tussen genoemde data, 1776 en 1787, dat het hoogtepunt
ligt in de produktie van de Van Peteghem-dynastie.
DE ORGELKASTEN EN HET SNIJWERK
Uit
vroegere rekeningen vernemen we dat een zekere Pieter
Kockenpo de orgelkasten - zonder het snijwerk - leverde
voor de som van 350 Franse kroonstukken. Het snijwerk
werd verzorgd door Jan Elshoecht. Dit was een
beeldhouwer uit Sint-Winoksbergen. Aan hem moet
waarschijnlijk ook de opvatting van het bouwkundig plan
worden toegeschreven. Het orgel werd gebouwd in opdracht
van Pastoor Vormezele die schreef dat het geheel "verre
boven 5000 (bijna 6000) gulden" had gekost. Het werd
voor het eerst bespeeld op 17 april 1779, twee dagen
voor het afsterven van de zieke pastoor.
DISPOSITIE VAN HET ORGEL
Groot Orgel
Bourdon 16
Montre 8
Bourdon 8
Prestant 4
Flûte 4
Nazard
Doublette
Quarte de Nasard
Tierce
Cornet 5r
Cornetture of Sexquialter 2r
Fourniture 3r
Cymbale 2r
Bombarde 16
Trompette 8 (bas en diskant)
Clairon 4 (bas)
Voix Humaine 8 |
Rugpositief
Gedekt 8
Prestant 4
Flûte 4
Nazard
Doublette 2
Tierce
Cornet 3r
Fourniture 2r
Trompette 8 (bas en diskant)
Cromhorne 8 (bas en diskant)
|
Echo
Bourdon et Flûte 8 en 4
Echo de Cornet 3r
Tambours
Tremblant royal
Tremblant doux
Rossignol
Schuifkoppel
Pedaal 15 toetsen C
d° aangehangen
|
|